De laatste jaren worden Duitse rechtbanken in toenemende mate geconfronteerd met de juridische complexiteit van informele geldtransfersystemen, met name het wijdverspreide Hawala-model. Hawala, oorspronkelijk gebaseerd op vertrouwen en diep verankerd in de financiële tradities van Zuid-Azië en het Midden-Oosten, vormt een alternatief systeem naast de reguliere banken. Het maakt grensoverschrijdende geldtransfers mogelijk zonder fysieke verplaatsing van geld.
Hoewel het systeem vaak voor legitieme doeleinden zoals familieondersteuning wordt gebruikt, zorgen het gebrek aan transparantie en regulering, evenals het risico op misbruik voor criminele doeleinden, voor toenemende juridische aandacht. Centraal in de rechtspraktijk staat niet alleen de strafbaarheid van degenen die Hawala-systemen beheren, maar ook de vraag onder welke voorwaarden en op welke wijze de staat vermogensbestanddelen kan ontnemen (Einziehung).