Het Landesarbeitsgericht (LAG) Mecklenburg-Vorpommern heeft op 15 januari 2025 een belangrijke uitspraak gedaan over de rechtmatigheid van bedrijfseconomische ontslagen (Az. 3 SLa 156/24). Centraal stond de vraag of het wegvallen van een grote opdracht het ontslag van een langjarige werknemer kan rechtvaardigen, vooral met het oog op de wettelijke vereisten volgens § 1 lid 2 en 3 Kündigungsschutzgesetz (KSchG).
De rechtbank bevestigde dit en oordeelde dat het ontslag rechtmatig was. Deze uitspraak is opmerkelijk omdat zij niet alleen de bedrijfseconomische redenen voor ontslag grondig analyseert, maar ook de grenzen van de ondernemingsvrijheid en de vereisten voor de sociale selectie verduidelijkt.