Robotica zal in 2025 een van de drijvende krachten van onze samenleving worden: Intelligente machines zullen niet alleen hun plaats vinden in de industrie, maar in toenemende mate ook in het dagelijks leven. Deze ontwikkeling creëert zowel kansen als verregaande uitdagingen die de arbeidsmarkt, de sociale structuur en het rechtssysteem zullen beïnvloeden. Een recent artikel in de Duitse zakenkrant Handelsblatt geeft me een paar nieuwe regels over een onderschat onderwerp met een aanzienlijke juridische en sociaal-politieke explosiviteit. Opmerking: Het artikel werd voor het eerst in het Duits gepubliceerd in mijn blog over roboticawetgeving!
Technologische vooruitgang en marktpotentieel
Mensachtige robots en automatiseringssystemen domineren steeds meer gebieden van het leven. De afgelopen jaren heeft Europa een leidende rol op zich genomen in deze sector door gerichte investeringen en aanpassingen in de regelgeving. De wereldwijde robotica-markt groeit jaarlijks met meer dan 20% en zal in 2030 naar schatting meer dan 180 miljard dollar waard zijn. Naast industriële toepassingen worden robots steeds vaker gebruikt in de zorg, de detailhandel en zelfs op creatief gebied.
Deze machines kunnen hun mogelijkheden zelfstandig uitbreiden door middel van machine learning. Dit opent nieuwe toepassingsgebieden, zoals in de geneeskunde, waar AI-systemen nu betere diagnoses stellen dan ervaren specialisten. In de detailhandel nemen robots taken over zoals het bevoorraden van schappen of het adviseren van klanten.
AI (kunstmatige intelligentie) en robotica zijn nauw met elkaar verbonden, maar geenszins synoniem. Robotica verwijst naar fysieke machines – robots – die in de echte wereld werken, of dat nu in de industrie, in huishoudens of in de gezondheidszorg is. Ze bestaan uit mechanische onderdelen, sensoren en besturingssystemen. AI, aan de andere kant, is een softwaretechnologie die als doel heeft om een mensachtige intelligentie te simuleren. Het stelt machines in staat om beslissingen te nemen, patronen te herkennen of taken te leren. AI wordt in robots gebruikt om hun mogelijkheden uit te breiden, bijvoorbeeld voor autonome navigatie of interactie met mensen. Een robot kan echter ook functioneren zonder AI, zoals een industriële lasrobot die voorgeprogrammeerde processen uitvoert.
Het verschil is dat AI het “denkvermogen” levert, terwijl robotica de “fysieke aanwezigheid” mogelijk maakt. Niet elke robot maakt gebruik van AI en niet elke AI wordt gebruikt in robots – veel AI-toepassingen bestaan puur in de digitale wereld, zoals spraakassistenten of gegevensanalyses.
Gevolgen voor de arbeidsmarkt
De verspreiding van robots heeft een blijvend effect op de arbeidsmarkt. Hoewel robots vaak banen in de verwerkende industrie verdringen, kunnen ze op andere gebieden nieuwe werkgelegenheid creëren. Studies tonen aan dat landen als Duitsland profiteren van deze transformatie, omdat automatisering gepaard gaat met investeringen in nieuwe technologieën. Er zijn echter vooral risico’s voor laaggeschoolde werknemers: Automatisering vervangt vaak handarbeid zonder vergelijkbare functies te creëren.
Een ander probleem is de zogenaamde “polarisatie van de arbeidsmarkt”. Hooggekwalificeerde beroepen die creatieve of strategische vaardigheden vereisen profiteren van robots, terwijl middenkwalificaties steeds meer onder druk komen te staan. Dergelijke verschuivingen vereisen een aanpassing van onderwijssystemen en gerichte omscholingsprogramma’s om sociale ongelijkheden op de lange termijn te voorkomen.
Juridische uitdagingen: Aansprakelijkheid en gegevensbescherming
Het gebruik van autonome systemen roept complexe juridische vragen op. Een belangrijke kwestie is aansprakelijkheid. Wie is verantwoordelijk als een robot schade veroorzaakt? De huidige regels voor productaansprakelijkheid en risicoaansprakelijkheid bereiken hun grenzen, aangezien veel robots beslissingen nemen die niet volledig voorspelbaar of deterministisch zijn. De combinatie van AI en robotica zal hier in Europa een breed speelveld openen: Aan de ene kant zal productaansprakelijkheid worden beïnvloed, aan de andere kant zal de AI-aansprakelijkheidsrichtlijn een (duur) werkterrein creëren voor advocaten hier. Dit zal worden aangevuld met de toelaatbaarheid van bepaalde functies van robots met AI, die zal worden beoordeeld in overeenstemming met de AI-verordening (de “AI-wet”).
De nieuwe Europese machineverordening, die vanaf 2027 van toepassing zal zijn, probeert deze uitdagingen aan te gaan door strengere veiligheids- en gezondheidseisen voor machines in te voeren. Toch blijft de vraag of de introductie van een wettelijke “e-persoon” voor autonome systemen nodig is om hun handelingen juridisch beter te kunnen categoriseren.
Een ander juridisch spanningsveld betreft gegevensbescherming. Robots verzamelen en verwerken vaak grote hoeveelheden persoonsgegevens, via camera’s, sensoren of interacties. Vooral in de zorgsector, waar “geriatronische” robots ouderen ondersteunen, moeten strenge regels voor gegevensbescherming worden nageleefd om de informatieve zelfbeschikking van de betrokkenen te garanderen.
Tot slot is er het minst interessante maar moeilijkste deel van de verkoop van robots: robots hebben batterijen of accu’s nodig om te kunnen functioneren. Hier komen complexe juridische mechanismen om de hoek kijken, vooral in Duitsland: De aanvraag moet dit op dezelfde manier behandelen als voorzorgsmaatregelen met betrekking tot verwijdering en registratie als dealer (bij de “Stiftung EAR”). Wie dit niet doet, riskeert zware boetes van het Duitse federale milieuagentschap. Daarbij zijn deze boetes bedoeld om de winst af te romen die wordt gemaakt door het overtreden van de voorschriften voor het omgaan met batterijen … dus dat wordt duur.
Filosofische en ethische overwegingen
Naast juridische aspecten roept het gebruik van robots ook ethische vragen op. Moeten machines die beslissingen nemen rekening houden met morele waarden? Hoeveel autonomie willen we intelligente systemen geven? Deze vragen doen denken aan de robotwetten van Asimov, waarin de veiligheid en bescherming van de mens het primaire doel is. In werkelijkheid blijft dit een uitdaging, vooral omdat veel beslissingen gebaseerd zijn op algoritmen die deels buiten de menselijke controle vallen. De integratie van robots in ons dagelijks leven is echter meer dan een technische revolutie; het is een diepgaande ethische uitdaging. Hoewel robots het potentieel hebben om ons leven gemakkelijker te maken en sociale problemen zoals een tekort aan arbeidskrachten op te lossen, brengen ze ook aanzienlijke ethische risico’s met zich mee. De behoefte aan duidelijke richtlijnen op basis van een breed maatschappelijk debat is daarom urgenter dan ooit. Alleen met een solide ethische basis kunnen robots op de lange termijn vertrouwen winnen en succesvol worden geïntegreerd in onze leefomgevingen.
Ethische problemen in robotica
Robots roepen op veel toepassingsgebieden lastige ethische vragen op. Enkele van de belangrijkste probleemgebieden zijn
- Verlies van autonomie en afhankelijkheid: hoe meer robots taken overnemen, hoe meer de autonomie van mensen kan worden beperkt. Vooral in het geval van assistentierobots die ouderen ondersteunen, bestaat het risico dat persoonlijke keuzevrijheid wordt ondermijnd door geautomatiseerde systemen.
- Gegevensbescherming en toezicht: de sensortechnologie van robots maakt het mogelijk om op grote schaal gegevens te verzamelen, waaronder persoonlijke informatie van gebruikers. Als deze gegevens worden misbruikt of onvoldoende worden beschermd, komt de informatieve zelfbeschikking van de betrokkenen in gevaar.
- Discriminatie door algoritmen: Kunstmatige intelligentie (AI) gebruikt in robots kan bestaande sociale ongelijkheden verergeren als het gebaseerd is op bevooroordeelde gegevens. Sociale of culturele vooroordelen kunnen bijvoorbeeld onbedoeld worden geïntegreerd in de beslissingen die robots nemen.
- Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid: Autonome robots nemen beslissingen die mogelijk schade kunnen veroorzaken. Wie draagt de verantwoordelijkheid voor onjuiste handelingen? Deze vraag is niet alleen juridisch, maar ook ethisch van groot belang.
- Mens-machine interactie: Robots die ontworpen zijn om op mensen te lijken, kunnen psychologische afhankelijkheden of valse verwachtingen creëren. Dit brengt het risico met zich mee dat gebruikers hun interpersoonlijke relaties verwaarlozen of meer vertrouwen stellen in machines dan ze verdienen.
Waarom ethische richtlijnen cruciaal zijn
Ethische richtlijnen zijn niet alleen nodig om problemen op te lossen, maar ook om ervoor te zorgen dat robots op de lange termijn sociaal geaccepteerd worden. Vertrouwen is in deze context een sleutelbegrip: alleen als robots worden gezien als ethisch verantwoord en veilig, kunnen ze gebruikers aantrekken en een positieve rol spelen in de maatschappij.
- Vertrouwen door transparantie en veiligheid: wanneer robots beslissingen nemen, moet het duidelijk zijn op welke criteria ze zijn gebaseerd. Transparante communicatie en naleving van ethische principes scheppen vertrouwen, vooral op gevoelige gebieden zoals zorg en onderwijs.
- Sociale spanningen voorkomen: Zonder ethische richtlijnen kunnen robots sociale ongelijkheid vergroten of de acceptatie van technologische innovaties in gevaar brengen. Gemeenschappelijke spelregels voorkomen dat individuele bedrijven door onethisch gedrag kortetermijnwinsten maken en de samenleving op de lange termijn schade toebrengen.
- Het bevorderen van een positieve mens-machine relatie: Robots kunnen alleen een duurzame rol spelen in het dagelijks leven als ze worden gezien als een ondersteuner, niet als een bedreiging. Dit vereist dat ze worden ontworpen en geprogrammeerd op een manier die mensen respecteert en ondersteunt zonder ze uit te schakelen of te manipuleren.
De rol van de samenleving bij de ontwikkeling van ethische normen
De verantwoordelijkheid voor ethische richtlijnen moet niet worden overgelaten aan individuele bedrijven. Hoewel bedrijven zoals OpenAI of Boston Dynamics belangrijke vooruitgang boeken, zijn hun doelen vaak winstgericht. Dit brengt het risico met zich mee dat fundamentele waarden zoals rechtvaardigheid, gegevensbescherming of inclusie ondergeschikt worden gemaakt aan economisch succes.
- Sociaal-politiek debat: Ethische richtlijnen moeten worden ontwikkeld in een brede sociaal-politieke discussie waarbij deskundigen, burgers, ethici en politici betrokken zijn. In deze discussie moeten universele waarden zoals menselijke waardigheid, rechtvaardigheid en vrijheid centraal staan.
- Wettelijke verankering: Om ervoor te zorgen dat ethische normen bindend zijn, moeten ze worden geïntegreerd in wettelijke kaders. De nieuwe Europese Machineregeling en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (GDPR) bieden een eerste aanzet, maar er zijn meer internationale overeenkomsten en nationale wetten nodig die specifiek zijn toegesneden op robotica.
- Proactief vormgeven aan de toekomst: Nu is het juiste moment om ethische normen te ontwikkelen. Robots, die binnenkort geschikt zullen zijn voor dagelijks gebruik, zullen een blijvende impact hebben op ons leven en onze waarden. Zonder toekomstgerichte regelgeving lopen we het risico dat technologiebedrijven de randvoorwaarden bepalen voordat de maatschappij haar belangen kan formuleren.
Robotica heeft het potentieel om de samenleving ingrijpend te veranderen. Of deze transformatie leidt tot meer welvaart en sociale rechtvaardigheid of tot een verergering van bestaande ongelijkheden, hangt af van hoe we de uitdagingen van het heden vormgeven. Het idee om kwesties die de samenleving en de mensheid als geheel vormgeven alleen over te laten aan vrije concurrentie zou enige bezorgdheid moeten wekken.

Robotica heeft het potentieel om de samenleving ingrijpend te veranderen. Of deze transformatie leidt tot meer welvaart en sociale rechtvaardigheid of tot een verergering van bestaande ongelijkheden, hangt af van hoe we de uitdagingen van het heden vormgeven. Het idee om kwesties die de samenleving en de mensheid als geheel vormgeven alleen over te laten aan vrije concurrentie zou enige bezorgdheid moeten wekken.
Een blik in de toekomst
In de komende jaren – vanaf nu! – zal het cruciaal zijn om de juiste balans te vinden tussen innovatie, sociale impact en wettelijke vereisten. Europa heeft de kans om wereldwijd het voortouw te nemen door technologische vooruitgang te combineren met een duidelijk ethisch en wettelijk kader. Voor de arbeidsmarkt betekent dit dat de politiek en het bedrijfsleven proactief moeten reageren op de uitdagingen, of het nu gaat om omscholingsmaatregelen, de bevordering van nieuwe functieprofielen of strengere regelgeving. Vanuit juridisch oogpunt kunnen modellen zoals de “e-persoon” of specifieke aansprakelijkheidsregelingen voor AI-systemen de nodige duidelijkheid verschaffen.
Ethische richtlijnen zijn geen theoretische oefening, maar een praktische noodzaak voor het succes van robotica. Het feit dat hier abstracte filosofische en ethische ideeën moeten worden ontwikkeld, zal de maatschappij naar verwachting overbelasten! Ze zorgen er echter wel voor dat robots niet alleen efficiënt, maar ook mensvriendelijk en betrouwbaar zijn. Tegelijkertijd beschermen ze de maatschappij tegen misbruik en onvoorziene risico’s. De toekomst van robotica hangt uiteindelijk af van de vraag of we erin slagen om de ontwikkeling ervan op verantwoorde wijze vorm te geven. Dit vereist moed, openheid en de bereidheid om fundamentele vragen te stellen over de relatie tussen mens en machine – nu, voordat robots gemeengoed worden.
- Informeel bankieren onder juridische druk: Hawala-systemen en de complexe juridische beoordeling van strafbaarheid en vermogensontneming in Duitsland - maart 23, 2025
- Open source software in de Duitse wet - maart 23, 2025
- Tabaksaccijns en shisha-tabak in Duitsland: strafrechtelijke risico’s voor winkeliers en bars - maart 8, 2025